Vorige
Volgende

Vraag naar mondzorg

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was het slecht gesteld met de mondgezondheid van de Nederlandse bevolking. Er was nauwelijks aandacht voor preventie van tandbederf en de behandelmogelijkheden waren beperkt. Veel mensen lieten al op relatief jonge leeftijd hun (aangetaste) tanden en kiezen trekken; het kunstgebit werd als een prima alternatief gezien.

Verbetering
In de tweede helft van de jaren zestig veranderde dit. Overheid, gezondheidsinstellingen en tandartsen namen initiatieven om het gebitsbewustzijn te stimuleren. Langdurige publiekscampagnes maakten de bevolking bewust van de noodzaak van gebitsverzorging. Fluoridering van tandpasta en fluorideapplicaties bij de jeugd waren effectief tegen cariës. Tegelijk werd het preventief tandartsbezoek gestimuleerd. Met periodieke controles kunnen veel gebitsproblemen immers tijdig worden gesignaleerd en kan grote schade worden voorkomen. Ook de snelle ontwikkeling van tandheelkundige technieken en materialen droeg eraan bij dat het trekken van tanden en kiezen steeds vaker kan worden voorkomen of uitgesteld. De beleving en verwachtingen van patiënten ten aanzien van de functionaliteit en vooral ook de esthetiek van het gebit gingen daarin mee. Een mooi gebit draagt bij aan welbevinden en zelfbewustzijn.